Biologisch

Een bedrijf is biologisch als het is gecertificeerd volgens de geldende biologische regelgeving.

 

Voor de geitenhouderij betekent dat o.a.:

De stallen en weides zijn zo ingericht dat de dieren zich op een zo natuurlijk mogelijke manier kunnen gedragen. De dieren moeten altijd naar buiten kunnen, tenzij dit niet kan door weers-, bodem- en gezondheidsomstandigheden. Overbegrazing en verdrassing van de weidegronden moet worden voorkomen.

 

De geiten krijgen biologisch voer. Minimaal 60% van het voer moet van het eigen bedrijf of uit de regio komen.

  • Diervoeders moeten GMO vrij geproduceerd zijn.
  • Diervoeders mogen geen antibiotica, medicinale stoffen en groeibevorderaars bevatten

Diergeneesmiddelen:

Er wordt indien nodig bij voorkeur gebruik gemaakt van natuurlijke en homeopathische geneesmiddelen. Onder verantwoording van de dierenarts mag een regulier geneesmiddel of antibiotica gebruikt worden. De wachttijd moet worden verdubbeld. Preventief gebruik van reguliere geneesmiddelen en antibiotica is niet toegestaan.

Bemesting:

Biologisch produceren betekent dat de kringloop zoveel mogelijk sluit. Het is daarom belangrijk dat er  mest gebruikt wordt van biologisch gecertificeerde dieren.  Minimaal 70% van de mest moet van biologische oorsprong zijn. Er mag  maximaal 170 kg stikstof per hectare per jaar uit dierlijke mest gebruiken.

 

De controle vindt plaats door de SKAL (link naar SKAL https://www.skal.nl/veehouderij/schapen-geiten/). Elk gecertificeerd bedrijf heeft een uniek SKALnummer en mag het Europees biologisch keurmerk gebruiken.

Europees biologisch keurmerk: